In karavaan naar de top!

13-11-2018
Femke Fierens

Het was leuk opstaan bij het gefluit van de vogeltjes en met zicht op het prachtig meer. Het zou moeilijk zijn om straks te vertrekken en de pracht van zowel de mensen van Los Pinos als de natuur achter te laten. We startten de dag met een lekker Salvadoraans ontbijt. Sommigen kozen voor ei met frijoles (bonen uiteraard) terwijl anderen al bij dag en dauw zin hadden in pupusas!

Ondertussen stond ook onze goedlachse chauffeur Francisco ons op te wachten om ons te begeleiden naar het natuurpark Cerro Verde, waar we de kans kregen de vulkaan Ilamatepec te beklimmen. Een prachtige, maar uitdagende vulkaan met een te trotseren hoogte van meer dan 2380 meter.

Bij aankomst werd al snel duidelijk dat we niet alleen waren om op zondag te willen genieten van de ongerepte landschappen. We voegden ons tussen een immense groep enthousiaste Latino’s, de één al beter uitgerust dan de ander, om ons naar de voet van de vulkaan te begeven. De lokale gids grapte dat hij een foto van het hele gebeuren naar Donald Trump zou sturen om het vluchtelingenstroom aan te klagen.

Toen was het echt for real. We begonnen onze tocht eerst door bosgebied en de schaduw en afkoeling van de bomen waren zeker welkom om ons tegen de hitte te beschermen. Iedereen gaf het beste van zichzelf, maar we waren met z’n zessen die het het langst volhielden. Tijdens de tocht voelden we opnieuw de Latijns-Amerikaanse hartelijkheid: iedereen moedigde elkaar aan om door te gaan. Jammer genoeg hadden we net geen tijd genoeg om ons helemaal naar de top te begeven, maar we waren wel vlakbij en hadden ogen te weinig om van het overweldigende uitzicht te genieten.

En toen begon het tot ons door te dringen dat we nog helemaal naar beneden moesten. Klinkt misschien gemakkelijker, maar dat was het zeker niet. De afdalingen waren soms bijzonder steil en loszittende stenen zorgden hier en daar voor slippertjes. Eenmaal beneden werd het volhardende team opgewacht door Flor, Joselyn en onze dierbare chauffeur Francisco. Wat een opluchting! Na een viertal uur fysieke arbeid konden we eindelijk uitrusten en een kippensoep naar binnen spelen.

Oh en… tot ons groot genoegen zouden we nog naar Los Pinos terugrijden om een koffer die in één van kamers achtergebleven was te gaan halen. Oeps! Maar een geluk bij een ongeluk: de ommetoer gaf mij en Joylene wel de kans om nog een laatste keer ‘hallo’ te zeggen aan Karla, de moeder van ons gastgezin. Een fijn gevoel om haar te zien en elkaar te begroeten zoals oude vrienden dat doen. We hebben duidelijk een plaatsje in elkaars hart veroverd.

Volgende stop was Suchitoto! Tijdens deze rit moesten we helaas halverwege afscheid nemen van Tine, die zoals voorzien dezelfde avond nog terug zou vliegen naar België. Het voelde raar om een reisgenoot halverwege uit te zwaaien, maar we kunnen in elk geval op heel mooie herinneringen samen terugblikken.

Na de twee uur durende rit – koffiepauze incluis – kwamen we aan in Suchitoto, een gezellig koloniaal stadje. Aangekomen in het hotel viel onze mond open van verbazing: wauw. Een prachtige patio – met fontein, antieke meubels en schilderijen – leidde naar onze kamers. We waren allemaal moe van de beklimming, dus fristen ons nog even op voor het avondeten. We werden hartelijk verwelkomd door Joaquin, de eigenaar van het hotel, die zelf jarenlang in België werkte bij de ambassade van El Salvador. Na een heerlijk driegangenmenu konden we ons na een lange, uitputtende dag in ons bedje leggen. Slaapwel!