Filipijnse boeren ontdekken melk

17-10-2018
De Filipijnen voeren bijna al hun melk in uit het buitenland. Om het tij te keren, versterkt Trias op het eiland Luzon een coöperatie van een 100-tal melkveehouders.

Melk kan een belangrijke bijdrage leveren in de strijd tegen ondervoeding, maar op de Filipijnen hebben de overheid en privé-investeerders er nooit een prioriteit van gemaakt. Het gevolg is dat 99 procent van de nationale consumptie ingevoerd wordt uit het buitenland.

Begin dit jaar lanceerde het landbouwministerie de doelstelling om tegen 2022 tien procent van de nationale zuivelbehoeften te dekken met lokale productie. Er worden budgetten vrijgemaakt voor de invoer van koeien en de bouw van installaties voor zuivelverwerking.

100 melkveehouders

'We hebben al dieren gekregen uit Nieuw-Zeeland en recent zijn er nog toegekomen uit Mexico', zegt Santiago Cervantes, een 64-jarige boer die aan het hoofd staat van van de Bicol Federation of Dairy Cooperatives (BFDC), een koepel van acht coöperaties die samen 4.200 boeren vertegenwoordigen. Slechts een klein deel van hen heeft de stap naar de melkproductie al gezet.

Met de steun van Trias investeert de coöperatie in de belangenverdediging en bedrijfsvoorlichting voor haar melkveehouders. 'We leren onze boeren dat melk kan helpen om de ecologische cirkel op hun bedrijf rond te maken. De eigen rundermest vervangt de aankoop van kunstmest', vertelt Santiago, die zelf een kijk- en leerboerderij runt van drie hectare met evenveel koeien. Het voorbije jaar heeft hij op zijn bedrijf 1.500 boeren en ambtenaren wegwijs gemaakt in de kneepjes van de melkveehouderij.

Ook marketing is een grote uitdaging voor de Filipijnse melkveehouders. Jongeren ontvluchten massaal het platteland omdat de boeren hun gewassen aan lage prijzen verkopen aan tussenhandelaars. Daarom heeft BFDC geïnvesteerd in een verwerkingsinstallatie waar gemiddeld 120 liter melk per dag verwerkt wordt tot verse consumptiemelk, pudding, yoghurt, ijs en witte kaas.

Groeien in eigen streek

Santiago gelooft in de groeikansen van zijn federatie. Als voorzitter voert hij campagne om meer boeren warm te maken voor melk. Hij rekent op de import van nog meer runderen en ook de zuivelinstallatie moet verder uitgebouwd worden. 'Om onze jongeren een toekomst te geven in eigen streek moet het hele plaatje kloppen', vertelt Santiago, die goed weet waarover hij spreekt.

Destijds reisde Santiago samen met zijn vrouw en broers als gastarbeider naar Japan. 'In de Filipijnen verdienen de boeren net genoeg om in leven te blijven, maar in Japan liggen de inkomsten vijf keer hoger. Daar kon ik sparen om later mijn boerderij in de Filipijnen te kopen. Maar mijn twee zonen zijn daar gebleven. Natuurlijk doet het pijn dat onze familie op die manier uit elkaar gerukt is.'

Optimisme

31 procent van de Filipino's leeft onder de armoedegrens en op het platteland is de toestand soms schrijnend. Op de vraag of hij optimistisch is voor de toekomst, antwoordt Santiago toch volmondig ja. In onze federatie zie ik boeren die duidelijke stappen vooruit zetten, dat schenkt voldoening. En ik reken op de steun van Trias om op de ingeslagen weg verder te gaan, tot we op eigen benen staan.' 

De projecten van Trias Filipijnen worden financieel ondersteund door de Europese Unie, de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, de Finse overheid, AgriCord, IFAD, Mathieu Gijbels, de gemeente Londerzeel en de provinicie Limburg.

Steun samen met Trias de melkveehouderij in de Filipijnen