VN waarschuwen voor achteruitgang vrouwenrechten

15-10-2018
In onze interventiezones werken we met gezinnen waarin de positie van de vrouw in één generatie tijd fel verbeterd is. Maar volgens de VN is de strijd nog lang niet gestreden.

Van de 700 miljoen mensen die in extreme armoede leven, woont het merendeel op het platteland. Meest kwetsbaar zijn de vrouwen. Ze werken mee op het veld, zorgen voor het huishouden en nemen ook de opvoeding van de kinderen grotendeels voor hun rekening.

Hoewel ze niet minder productief zijn dan mannen, hebben vrouwen het veel moeilijker om aan landbouwgrond, leningen en productiemiddelen te geraken. Bij de verkoop van hun gewassen krijgen ze gemiddeld lagere prijzen uitbetaald. 

Structurele hinderpalen en culturele patronen zorgen ervoor dat vrouwen minder zeggenschap hebben, zowel binnen als buiten het gezin. Eén van de gevolgen is dat vrouwen en meisjes niet op dezelfde manier genieten van publieke dienstverlening, zoals onderwijs en gezondheidszorg. In de praktijk blijkt dat vrouwen veel meer dan mannen vatbaar zijn voor armoede en uitsluiting, zo benadrukken de Verenigde Naties naar aanleiding van Plattelandsvrouwendag.

Meisjes op school

Op het terrein merken we bij Trias dat de toestand van plattelandsvrouwen verbetert. Neem bijvoorbeeld de situatie van Flor, een Peruaanse vrouw van dertig die in het Andesgebergte woont. Ze is boekhoudster van een boerencoöperatie en in bijberoep bewerkt ze een aardappelperceel. Haar ouders hebben zich hun leven lang weggecijferd voor de onderwijskansen van Flor. Terwij haar moeder analfabeet is, behaalde Flor een diploma aan de universiteit.

Flor is zeker geen alleenstaand rolmodel. Meer nog, op het niveau van het lager onderwijs hebben meisjes hun achterstand tegenover jongens bijna weggewerkt. 90 procent van de meisjes in de lagereschoolleeftijd gaat naar school. Voor jongens ligt dat percentage op 92 procent. Als vrouwen onderwijs hebben gevolgd, wordt de beroepsbevolking diverser. Goed opgeleide moeders besluiten minder kinderen te krijgen en meer kinderen blijven in leven. Het is een zichzelf versterkende veranderingscyclus.

Gebrek aan politieke wil

Helaas zijn er in het middelbaar en hoger onderwijs zijn nog wel grote genderverschillen. Volgens de VN blijft de ongelijkheid tussen man en vrouw trouwens doorwerken in veel domeinen van duurzame ontwikkeling. Dikwijls is de geboekte vooruitgang te traag om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te halen tegen 2030.

De VN leggen de bal in het kamp van overheden en andere stakeholders die van gendergelijkheid niet altijd een beleidsprioriteit maken. Alleen al dit jaar zijn 124 landen van plan om te snijden in budgetten die van belang zijn voor de levenskwaliteit van plattelandsvrouwen. Dat is niet onvermijdelijk, want in alle landen is er genoeg beleidsruimte om te investeren in basisdiensten voor vrouwen en meisjes. Het is gewoon een kwestie van politieke wil, merken de VN op.

Systematische aandacht

Voor Trias is gendergelijkheid een breekpunt bij de keuze van boeren- en ondernemersverenigingen waar we mee samenwerken. We plaatsen het thema systematisch op de agenda van onze partners. Om er praktisch mee aan de slag te gaan, hebben onze collega's in Centraal-Amerika voor hun partners een handleiding en bijhorende instrumenten uitgewerkt.

Momenteel wordt de innovatieve aanpak van Trias Centraal-Amerika uitgetest in samenwerking met Clac, een boerenorganisatie die 300.000 boerengezinnen vertegenwoordigt in Latijns-Amerika. Samen proberen beide partijen onze koffie vrouwvriendelijker te maken.