'Ik heb geleerd om van het platteland te houden'

 
Stel: je bent een knappe en ambitieuze jongeling van 17. Je woont samen met je vader, moeder en broer in een kleine boerderij in Ecuador, te midden van het Andesgebergte. Zijn je dromen dan niet groter dan de wereld waarin je opgroeit? Wij stelden de vraag aan Andrés Cunalata, die via zijn ouders aangesloten is bij de tuinbouworganisatie Pacat.
 
Hoe heb je jouw kindertijd beleefd?
Andrés: ‘Ik was een opgewekt kind dat goed kon opschieten met z’n ouders. Vader en moeder namen me altijd mee als ze gingen werken op het land. Ik heb dat nooit als een last ervaren, integendeel.’
 
Met welke waarden ben je opgevoed?
‘Mijn vader is rechtlijnig: hij heeft ons geleerd om iedereen correct te behandelen en niet egoïstisch te zijn. Zo heeft hij er bij de gemeente voor gepleit dat niet alleen wijzelf maar ook de buren toegang tot drinkbaar water en een bredere toegangsweg zouden krijgen. Maar eigenlijk is het mijn moeder die ons elke dag weer op het rechte pad houdt. In die zin heeft zij bij ons thuis het meeste gezag.’
 
Hoe zit het met jouw schoolcarrière?
‘Vorig jaar ben ik van school veranderd omdat ik de studierichting veehouderij wil volgen. En volgend jaar ga ik aan de universiteit voor landbouwingenieur studeren. Dat is een toekomstgerichte keuze, want ik hou van het boerenleven.’
 
Waarom is jouw vader lid geworden van Pacat?
‘Mijn nonkels kweekten vroeger kwartels en daarom zette mijn vader een handeltje op in de eieren van die dieren. Later besliste hij om zelf ook kwartels te kweken. Toen een lid van Pacat mijn vader meenam naar een vergadering, ging de bal pas echt aan het rollen. We begonnen toen ook tomaten en andere groenten te produceren voor de markt. Ik heb het gevoel dat mijn ouders het wat breder hebben sinds we aangesloten zijn bij Pacat.’

Het boerenleven in de bergen hoeft helemaal niet saai te zijn.

Andrés Cunalata

Wat is jouw persoonlijke band met deze tuinbouworganisatie?
‘Twee jaar geleden werd ik uitgenodigd om enkele workshops bij te wonen. Ze willen ons bij Pacat voorbereiden op het moment dat onze ouders niet meer in staat zijn om de boerderij te runnen.’
 
Bij Pacat rijpen plannen om een aparte jongerenvereniging op te richten. Een goed idee?
'Natuurlijk vind ik het belangrijk dat Pacat oog heeft voor jonge boeren die een toekomst uitbouwen op het platteland. We willen meer zijn dan het goedkope hulpje van onze ouders. Er komt een moment dat je als jongeren op eigen benen wil staan. Een aparte jongerenvereniging kan daarbij helpen, want zo kunnen we ten persoonlijken titel lid worden bij Pacat. De volgende stap is dat de jongeren van hun ouders een stuk grond toegewezen krijgen en de inkomsten mogen houden. Niet om met dat geld zotte dingen te doen, maar zo kunnen we bijvoorbeeld onze schoenen of bustickets zelf betalen. Met die centen zouden we ook extra opleidingen kunnen volgen.'
 
In welke mate werk je al mee op de boerderij van je ouders?
‘Elke dag ben ik in de weer voor het diervoeder en de verzorging van de planten. Ik maak ook alles klaar voor de verkoop op de zaterdagmarkt in Ambato.’
 
Wat zijn de grootste uitdagingen voor het bedrijf?
‘We kunnen onze productie nauwelijks uitbreiden door een tekort aan arbeidskrachten. Een ander probleem is de klimaatverandering: soms valt er overvloedige regen, die ziekten en plagen veroorzaakt. Voor een agro-ecologische boer die geen chemische gewasbescherming mag gebruiken, is dat een kleine ramp.’

Mijn ouders hebben het wat breder sinds we aangesloten zijn bij Pacat.

Andrés Cunalata

Brengt de steun van Pacat soelaas?
‘We zijn redelijk tevreden over de dienstverlening. Ten eerste zorgt onze vereniging ervoor dat de markt voor agro-ecologische producten groeit. Dat is goed voor de gezondheid van de consument en als boer ben ik verzekerd van mijn afzet. Daarnaast zorgt Pacat ook voor teeltbegeleiding. Zo hebben we bijvoorbeeld geleerd hoe we tijd en ruimte kunnen besparen bij de bevloeiing van onze groenten. Nu we toegang tot kennis hebben, ben ik ervan overtuigd dat het rendement van ons bedrijf nog fors kan stijgen.’
 
Veel jongeren keren het platteland de rug toe?
‘Dikwijls krijgen ze van anderen de raad om hun kans te wagen in de stad. Maar dat is niet mijn ambitie: mijn vader heeft me geleerd om van het platteland te houden. En ik ben zeker niet de enige die voor een toekomst in de landbouw kiest.’
 
Welke boodschap heb je voor jongeren die naar de stad trekken?
‘(denkt na) De landbouw is bij wijze van spreken zo oud als de mens. Kunnen we de traditie van onze voorouders zomaar vaarwel zeggen? In enkele generaties tijd dreigt het platteland leeg te lopen. Ik wil me niet eens inbeelden hoe troosteloos die aanblik zou zijn.’
 
Heb je buiten de landbouw nog andere hobby’s?
‘Ik doe aan taekwondo en rij graag met de mountainbike. Zo zie je maar, het boerenleven in de bergen hoeft helemaal niet saai te zijn (lacht).’