‘Ik moest me even omdraaien toen ik de nieuwe loods zag’

Van 5 tot 16 november liepen Dirk Ryckaert en Paul Saelens rond in het Andesgebergte. Net als zes jaar geleden leverden ze op uitnodiging van Trias advies aan jonge aardappelcoöperaties van Ecuadoraanse boeren. Met de teelt en gezamenlijke verkoop van aardappelen proberen die boeren op hoogtes tot 4.200 meter te ontsnappen aan de overlevingslandbouw.

Hoe lang moesten jullie nadenken om in te stemmen toen Trias vroeg om voor de tweede keer naar Ecuador te reizen?
Paul: ‘Ik was blij omdat we mooie herinneringen overgehouden hebben aan ons eerste bezoek. We hadden toen echt het gevoel dat we met onze technische adviezen een verschil konden betekenen voor de telers van Conpapa. Maar tegelijkertijd vroeg ik me af hoe zinvol een nieuwe reis zou zijn.’ 
Dirk: ‘Bij Trias hebben ze uitgelegd dat we nieuwe coöperaties zouden bezoeken. Die waren vragende partij om in hun groeiproces advies te krijgen van boeren uit België. Als ze dezelfde kennis aangereikt krijgen van andere coöperaties uit eigen land, staan ze daar minder open voor.’
Paul: ‘We moeten natuurlijk niet onder stoelen of banken steken dat een nieuwe reis naar Ecuador een fantastische kans was. Met eigen ogen zouden we zien wat er terechtgekomen is van onze eerdere kennisuitwisseling bij Conpapa. Dat was een prikkelende gedachte.'
 
Hoe was het om de mensen van Trias en de lokale boeren van Conpapa na zes jaar terug te zien?
Dirk: ‘Je kan moeilijk beweren dat je met een werkbezoek van een goeie week intieme vriendschapsbanden smeedt. Maar toch was het weerzien met landendirecteur Lieve Van Elsen heel hartelijk, en ook met Paul Vazquez, een technische adviseur van Trias, hebben we een goeie band, ook al spreekt hij enkel Spaans. Omdat hij een echte aardappelkenner is, hebben we weinig woorden nodig om elkaar te verstaan.’
 
Hebben jullie de indruk dat Ecuador als land de voorbije jaren veranderd is?
Paul: ‘De hobbelige baan die de hoofdstad Quito met Riobamba verbindt, is een mooie snelweg geworden. Dat moet het werk zijn van de Chinezen, dacht ik bij mezelf. In Afrika heb ik met pijn in het hart gezien hoe Chinezen vruchtbare stukken land opgekocht hebben in ruil voor investeringen in infrastructuur. Gelukkig zag ik in Ecuador geen Chinese kentekens op de bulldozers langs de kant van de weg.’
 
Jullie zagen zes jaar geleden hoe ze bij Conpapa aan het sukkelen waren met de sortering van aardappelen in een aftandse schuur. Hoe was het om hun nieuwe bewaarloods te aanschouwen?
Paul: ‘Eerlijk gezegd… ik heb me eventjes moeten omdraaien. De emoties, weet je wel. Ik voelde me op dat moment zó fier dat ik deel uitmaak van een fantastisch team. Samen geven we arme boeren een kans op een beetje welvaart.’
Dirk: ‘Je maakt het ook niet alle dagen mee dat je de tastbare resultaten ziet van adviezen die je jaren eerder gegeven hebt. En ik moet toegeven: met subsidies van de overheid en de juiste omkadering van Trias hebben de boeren van Conpapa een pareltje van een bewaarloods neergepoot. De natuurlijke ventilatie werkt prima. Echt knap gedaan. Het enige wat ze nog missen is een heftruck. Als ze die hebben, verdubbelen ze meteen hun capaciteit om aardappelen te bewaren. Zoiets kost maar een paar duizend euro.’

 

Boeren moeten zieke planten durven weggooien.

Dirk Ryckaert, pootgoedteler uit Waterland-Oudeman

Is de toekomst van Conpapa met de bouw van de nieuwe bewaarloods verzekerd?
Paul: ‘Wat me het meest gefrappeerd heeft, is de ontmoeting met José Aushay, de voorzitter van Conpapa. Die man heeft me uitgelegd dat Conpapa door de steun van Trias de voorbije jaren veel klantvriendelijker geworden is. Vandaag weten ze van elke klant exact welke kwaliteit ze wensen. Bovendien is Conpapa gestart met koppelverkoop. Er zijn immers klanten die geen aardappelen willen aankopen zonder groenten. En dus worden in de bewaarloods nu ook kolen, sla, tomaten en andere groenten verpakt. Allemaal geoogst door leden van Conpapa.’
Dirk: ‘Zes jaar geleden bezochten we een fastfoodketen in Riobamba. Daar wilden ze gesorteerde aardappelen aankopen bij Conpapa, maar de coöperatie was technisch niet in staat om die te leveren. Er is dus echt veel veranderd.’

Mag de versterking van Conpapa door Trias een succesverhaal genoemd worden?
Paul: ‘Dat is het zeker. Trias is trouwens gestopt met de steunverlening aan Conpapa, en volgens mij is dat een goeie keuze. De organisatie is nu sterk genoeg om op eigen benen te staan. Op dat moment is de rol van een ontwikkelingsorganisatie uitgespeeld.’
Dirk: ‘Akkoord, maar Trias moet toch nog een oogje in het zeil houden. Het succes van jonge coöperaties kan door een of andere tegenslag snel tenietgedaan worden. Dat zou spijtig zijn.’ 
 
Het doel van jullie tweede reis was eigenlijk om advies te geven aan enkele andere aardappelcoöperaties in de wijde regio rond Riobamba, waar Conpapa gevestigd is.
Dirk: ‘Dat klopt. Trias wil de jonge coöperaties Asopapa en Agropapa ontwikkelen naar het evenbeeld van Conpapa.’ 
Paul: ‘Bij Agropapa hebben we een hypermoderne wasinstallatie bezocht, gebouwd met centen van een Zwiterse hulporganisatie. De aardappelboeren moesten vervolgens zelf maar hun plan trekken met de productie en verkoop, zonder enige vorm van begeleiding voor hun coöperatie. Zoiets is weggegooid geld. Dat was de grootste ontgoocheling van onze reis.’
Dirk: ‘De boeren van Agropapa mogen zich gelukkig prijzen dat ze nu steun krijgen van Trias. In plaats van een eenmalige investering krijgen ze nu structurele ondersteuning, waarbij alle onderdelen van hun coöperatieve werking versterkt worden. Zo bouw je iets op van onderuit.’
 
Wat waren jullie voornaamste bevindingen bij Agropapa en Asopapa?
Paul: ‘Alle boeren die we ontmoet hebben, zijn enorm leergierig. Ik geloof ook dat de fundamenten aanwezig zijn om hun coöperatie uit te bouwen. Maar ze hebben een groot probleem: de technische kennis die aanwezig is op de landbouwscholen en gespecialiseerde instituten, stroomt niet door naar de kleine boeren in de bergen.’
Dirk: ‘Die boeren zijn aangewezen op oude tradities, en het is ook moeilijk om die te doorbreken. Een voorbeeld: bij de productie van pootgoed zijn het vooral vrouwen die het selectiewerk doen in het veld. Als ze een zieke plant detecteren, is het met veel pijn in het hart dat ze die verwijderen. Want ook een zieke plant draagt knollen, die je later kan verkopen. Wie zijn kinderen amper naar school kan sturen, moet natuurlijk zuinig zijn. Maar als pootgoedteler moét je radicaal zijn: een zieke plant gaat er meteen uit, want dat is een gevaarlijke infectiebron. Daar heb ik ook tijdens dit werkbezoek zwaar op gehamerd.’

 

Aanpak van Trias past perfect in mijn kraam.

Paul Saelens, aardappelteler uit Herent

Hoe zit het met de aardappelopbrengst in het Andesgebergte?
Paul: ‘Gemiddeld bedraagt die negen ton, maar de goeie boeren bij Conpapa oogsten 15 ton aardappelen per hectare. Tijdens de terreinbezoeken is me opgevallen dat veel boeren het volledige productieproces beheersen. Met uitzondering van de bemesting, want de boeren overcompenseren het gebrek aan fosfor in hun grond. Geld voor bodemanalyses is er niet en de verkopers van meststoffen hebben zelf ook geen verstand van bemesting. Er moet dus nog meer geïnvesteerd worden in opleidingen, eventueel met de steun van Trias. Ook in Vlaanderen zijn opleidingen een belangrijke hefboom voor de landbouweconomie.’
Dirk: ‘Wie door een gebrek aan kennis over sproeistoffen steeds weer curatief moet ingrijpen, verspilt veel geld. En wie de ziektedruk niet de baas kan, vermeerdert zieke planten. Dan eindig je in het Andesgebergte na enkele generaties met een catastrofaal rendement van 5 ton of minder.’
 
Jullie hebben een bezoek gebracht aan Iniap, een onderzoeksinstelling die pootgoed verkoopt aan de boeren.
Dirk: ‘Die mensen hebben ons vriendelijk ontvangen, maar we hebben er een schokkende vaststelling gedaan. De opkweek van hun pootgoed is niet virus- en bacterievrij. De knolletjes worden bovendien per kilogram verkocht en niet per stuk. Dat wijst allemaal op doelbewust winstbejag, op de kap van de boeren. De instelling moet zich niet bezighouden met de verkoop, maar wel met de productie van kwalitatief pootgoed.’
Paul: ‘Hier is een belangrijke rol weggelegd voor Conpapa Nationaal, de federatie die de aardappelcoöperaties overkoepelt om aan belangenverdediging te doen. Maar het probleem is dat de boerenleiders niet mondig genoeg zijn. Ze zijn zo schuchter dat ze er op voorhand vanuit gaan dat een minister of landbouwadministratie zich niet bezighoudt met hun problemen. De leiderschapstrainingen van Trias kunnen hier in de toekomst het verschil maken.’
 
De boeren zijn zich onvoldoende bewust van hun rechten?
Paul: ‘Zeg dat wel. Als ik bij ons in Vlaanderen slecht pootgoed koop, stap ik verdorie naar de rechtbank.’
Dirk: ‘De boeren moeten minstens de bemiddeling kunnen inschakelen van een keuringsdienst. Maar die is er niet in Ecuador. En de controleurs van Agrocalidad, het plaatselijke voedselagentschap, zijn onvoldoende geschoold. Dan sta je als individuele boer machteloos.’
 
Precies daarom investeert Trias in de versterking van boerenorganisaties.
Paul: ‘En dat is in mijn ogen het perfecte model voor economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Op mijn leeftijd heb ik niet zoveel tijd meer om te reizen, dus moet ik heel zorgvuldig kiezen. Een project moet perfect in mijn kraam passen, en dat vind ik bij Trias.’
Dirk: ‘Eén van de leuzen van Trias is dat boeren elkaar begrijpen, wereldwijd. En dat is waar. Of je nu boer bent in Vlaanderen of in Ecuador: overal kampen we met hetzelfde soort problemen.’ 

 

Het dubbelinterview met Paul en Dirk verschijnt ook in Boer&Tuinder, in drie afleveringen:
Aflevering 1 - 30 november 2017
Aflevering 2 - 7 december 2017
Aflevering 3 - 14 december 2017