‘De aanhouder wint, ik ben het levende bewijs’

De wonderen zijn de wereld niet uit. Anders had de 50-jarige Gloria Isabel Ambrosio uit El Salvador nooit de Womed Award Zuid gewonnen. De gelauwerde onderneemster was 13 toen haar beide ouders, een broer en een zus afgeslacht werden in een gruwelijke burgeroorlog.

Nadat de helft van het gezin was uitgemoord, vluchtte Gloria samen met drie andere broers en een zus naar Honduras, waar ze als weeskinderen terechtkwamen in een vluchtelingenkamp. Pas toen de wapens zwegen, mochten ze terugkeren naar hun platgebrande geboortestreek in het noordoosten van El Salvador. Gloria was inmiddels moeder van twee kinderen en kon toen haar leven van nul beginnen opbouwen. 
 
Wat zijn de dromen van een tiener die vier gezinsleden verliest in een gewapend conflict?
Gloria: (denkt na) ‘Toen mijn vader nog leefde, drukte hij me op het hart dat ik me moest ontfermen over mijn jongere broers en zussen in het geval er met hem iets zou gebeuren. Die verantwoordelijkheid heb ik op mij genomen. Vandaag hebben mijn drie broers en zus een eigen gezin en staan ze op eigen benen. Ik ben dus geslaagd in de opdracht die mijn vader me toevertrouwde. Daar ben ik trots op.’
 
Hoe blik je terug op de negen jaar die je hebt doorgebracht in het vluchtelingenkamp?
‘Het klinkt misschien bizar, maar in moeilijke omstandigheden heb ik er toch een goede opvoeding genoten. Enkele ngo’s zorgden ervoor dat we in de voormiddag les kregen. Daarna werden de kinderen gedropt in één van de werkplaatsen, om een vak te leren. We leerden hangmatten maken, schoenen herstellen, vee hoeden, enzovoort. We hadden zo goed als geen bezittingen, maar het werd ons ingepeperd dat we moesten delen en samenwerken.’

Ik hoop dat mijn verhaal andere vrouwen inspireert om tegenslagen te overwinnen.

Gloria Isabel Ambrosio

Had je iets om naar uit te kijken in het kamp?
‘We kregen te horen dat het regeringsleger in El Salvador de tactiek van de verschroeide aarde toepaste. Bij onze terugkeer zou er niks meer overeind staan, en dus moesten we ons zo goed mogelijk voorbereiden op de heropbouw. Zo gezegd, zo gedaan: we deden hard ons best tijdens de lesuren en in de werkplaatsen. Zodra ik een beetje kon lezen en schrijven, werd ik zelf opgeleid tot leerkracht. Verder probeerden alle bewoners van het kamp het leven draaglijk te maken met wat muziek en theater.’
 
Welk gevoel overheerste na de ondertekening van het vredesakkoord in het begin van de jaren negentig?
‘Toen we naar Honduras vluchtten, gingen we ervan uit dat het voor een paar maanden zou zijn. Uiteindelijk brachten we negen jaar door in een openluchtgevangenis. Bij de terugkeer in El Salvador was ik een moeder van 23, met twee kinderen, in een streek waar ik niks of niemand meer kende. Alles was nieuw voor mij en de andere vluchtelingen.’
 
Dat is niet ideaal om een gelukkig leven uit te bouwen. 
‘Ik probeerde wat geld te verdienen door spulletjes te verkopen in een klein winkeltje. Tussendoor wilde ik investeren in mezelf door opleidingen te volgen, zoveel mogelijk. Zo kon ik me verdiepen in thema’s als boekhouding en klantvriendelijkheid. Dat heeft me geholpen om één van mijn grote dromen te realiseren: vijf jaar geleden behaalde ik in het volwassenenonderwijs mijn diploma van de middelbare school.’
 
De verworven kennis heeft je geen windeieren gelegd?
‘Een jaar later, in 2013, stonden we met dertig vrouwen aan de start van een coöperatieve onderneming. Ondanks de hulp van de Fundación Segundo Montes hebben de meeste vrouwen onderweg afgehaakt. Samen met vijf anderen heb ik doorgezet. Als ik een nieuwe stap vooruit wilde zetten in mijn leven, moest ik een echte onderneemster worden. Daar was ik rotsvast van overtuigd.’
 
Jullie zijn gestart met de verkoop van twee shampoos?
‘Dat klopt. Het is eigenlijk onvoorstelbaar hoe we de voorbije jaren geëvolueerd zijn. Vandaag hebben we een uitgebreid gamma shampoos, op basis van diverse kruiden die we zelf telen. Zo verkopen we bijvoorbeeld een shampoo die gemaakt is van kamille met honing. En dat is niet alles: in ons gamma hebben we ook haargel, crèmes, zeep en ontsmettingsmiddelen. Onze klanten weten dat wij kwaliteit bieden. Dat is de sleutel van ons succes, geloof ik.’
 
Belangrijk is ook de steun die jullie krijgen van Adel Morazán, een partner van Trias die de lokale economie ondersteunt?
‘De mensen van Adel hebben ons geleerd hoe je een bedrijfs- en marketingplan opmaakt. Zij hebben ons het belang doen inzien van een goeie bedrijfsnaam, een logo, een merkenbeleid. Onze bedrijfsnaam In harmonie met de natuur zegt eigenlijk alles over wie of wat we zijn.’

Het klinkt misschien bizar, maar in het vluchtelingenkamp kregen we een goede opvoeding.

Gloria Isabel Ambrosio

Wat is de volgende stap voor jullie bedrijf?
‘Momenteel staan onze machines in het huis van één van onze leden. Natuurlijk dromen we van een eigen lokaal. Met een microkrediet is dat project op middellange termijn realiseerbaar. Onze microkredieten krijgen we van AMC, een andere partner van Trias. Dat loopt goed, want we betalen alle kredieten nog vóór het verstrijken van de termijnen terug.’
 
Hoe zien jullie de toekomst?
‘Misschien kunnen we de leden van de coöperatie ooit een vast salaris betalen, in plaats van een commissie op basis van productie en verkoop zoals nu het geval is. We zoeken ook uit hoe we onze kinderen kunnen integreren in de werking. In het oorspronkelijke plan zouden we hen inschakelen voor de verkoop op het platteland. Maar dat lukt niet, want het risico is te groot dat ze met geld op zak overvallen worden door één van de talloze jongerenbendes.’
 
Welke betekenis heeft de Womed Award voor jou?
‘De aanhouder wint, ik ben het levende bewijs (lacht). Rijk zal ik nooit worden, maar ik durf beweren dat ik op mijn vijftigste het ware geluk gevonden heb. Natuurlijk had ik nooit verwacht zoveel erkenning te krijgen, tot in België.’
 
De Womed Award kan je coöperatie in een nieuwe stroomversnelling brengen?
‘Ik hoop vooral dat mijn verhaal andere vrouwen inspireert om tegenslagen in hun leven te overwinnen. Iedereen wil vooruit, maar dikwijls ontbreekt het geloof in eigen kunnen.’